Student in Brussel interview - Viktor
  • Viktor Broekaert
  • 21 jaar
  • VUB, Agogische Wetenschappen
  • Kotstudent in Molenbeek

Pendel je of zit je op kot? Hoe ervaar je dat?

Ik woon samen met mijn vriendin op een appartement in Molenbeek. Supergezellig om hier samen op kot te zitten. In het weekend ga ik meestal even naar mijn familie, maar na een paar dagen kom ik met plezier terug. Het is een fijne buurt en ik voel me hier helemaal thuis.

Waarom koos je voor die richting, en waarom in Brussel?

Ik ontdekte mijn richting eigenlijk gewoon via een flyer op de VUB. Toen ik las over agogische wetenschappen, klikte het meteen. Het sprak me aan én het paste bij wie ik ben. Ik help graag mensen, en dat is precies wat je in die opleiding terugvindt. Waarom Brussel? De meeste van mijn vrienden gingen naar Gent of Leuven, en ik had net zin om ergens terecht te komen waar ik nieuwe mensen kon leren kennen. Brussel ligt ook niet zo ver van thuis, dus ik kende de stad al een beetje.

Hoe ziet een typische lesdag eruit?

Een echte typische lesdag heb ik eigenlijk niet. Ik studeer vooral zelfstandig, dus ik werk met lesopnames, boeken en de slides. Alleen bij de belangrijkste lessen zit ik wel in de aula – meestal aan het begin en einde van het semester, en af en toe tussendoor. Wat ik wél elke dag doe? Studeren. In de voormiddag en de namiddag probeer ik telkens een paar uur te blokken. Zo heb ik ’s avonds tijd om te chillen of iets leuks te doen met vrienden of mijn vriendin.

Heb je hobby’s of sport je ergens in Brussel?

Ja, ik speel zaalvoetbal met een vriendengroep. Geen club of trainer, gewoon wij, elke week samen op het veld. Ondertussen doen we ook mee aan een Brusselse competitie, dus we spelen af en toe een match tegen andere ploegen. Het is allemaal heel chill, niet super serieus, maar wel keiplezant. Een toffe manier om samen te zijn met vrienden.

Wat zijn typische gewoontes of trekjes van Brusselaars die je zijn opgevallen?

Misschien wat random, maar ik ontdekte via nieuwe vrienden dat het blijkbaar niet zo gewoon is dat jongens elkaar een kus op de wang geven om hallo te zeggen. Terwijl ik dat zelf wel doe. Andere gasten willen mij dan eerder een hand geven, en dat voelt voor mij dan net een beetje vreemd. Dat viel me echt op: het is precies iets typisch voor Brussel of België.

Student in Brussel interview - Machteld
  • Machteld Janssens
  • 20 jaar
  • EhB, Radio
  • Op kot in Brussel

Waar en wat studeer je?

Ik twijfelde tussen drama en radio, en heb voor allebei toelatingsproeven gedaan. Bij radio was ik erdoor, en dat voelde meteen juist. Je mag presenteren en met muziek bezig zijn, wat ik super graag doe. De toelatingsproef was intens, met een audio werkstuk, portfolio, gesprek en een testweek in augustus. Dus, toen ik hoorde dat ik erdoor was, was dat echt een ontlading. Ik ben heel tevreden met mijn keuze. Audio is uitdagend maar ik vind het echt super leuk en vind het heel interessant om te leren hoe je met geluid de verbeelding van anderen kan prikkelen.

De sfeer op het RITCS is heel sociaal vind ik. Doordat de richtingen redelijk klein zijn, leer je elkaar snel kennen. Ook het RITCS café is naast onze campus en dus ideaal om daar eens een babbeltje te slaan met mensen.

Heb je tips voor lunch?

Knees to Chin is een van mijn favoriete spots. Ze hebben superlekkere lenterolletjes. Voor vijf euro per stuk, en met twee ben je wel goed gevuld. Zin in iets hartigers? Dan is Grill Dansaert top voor een durum. Kost je ongeveer zeven euro.

Als de zon schijnt, lunch ik graag buiten. Het Warandepark is ideaal, of aan het water bij Sint-Katelijne.

Waar ga je op café?

Ik ga graag naar Barbeton. Soms studeer ik daar ook, als ik mijn kamer even beu ben. De Markten is supergezellig en je kan er lekker eten. Voor de beste chocomelk moet je bij Kafka zijn.

Les Brasseurs en Kiosk Radio zijn ook favoriet. Daar draaien soms dj’s en er hangt een leuke sfeer. En bruine cafés? Die horen echt bij Brussel. Les Brasseurs is daar een mooi voorbeeld van.

Waar ga je shoppen?

Ik shop zoveel mogelijk tweedehands en ben bijna wekelijks te vinden in de Melting Pot Kilo. Ik verwacht niet dat ik er elke keer iets vind, maar ik heb er al veel kledingstukken gevonden die ik graag draag.

Think Twice is ook een van mijn vaste adressen. Hun eurodagen zijn top, zeker als het budget wat krapper is.

Ook het Vossenplein is echt de moeite waard. Op de rommelmarkt daar vind je vaak unieke stukken, maar het is ook gewoon fijn om er rond te lopen en de sfeer op te snuiven.

Wat doe je als je je verveelt of een off-day hebt?

Dat heb ik wel vaak, zeker in de winter. Dan is er niet zoveel te doen. Meestal kijk ik dan met mijn vriendin een serie of een film op kot, of we maken samen wat muziek.

Als ik mijn kamer beu ben, ga ik ergens anders studeren, bijvoorbeeld in Barbeton. Of ik trek naar een park voor een wandeling.

Hoe kijk je naar Brussel?

In het begin vond ik Brussel best heftig, met al die prikkels. Maar dat went snel. Nu vind ik het echt de moeite om hier te studeren. De stad is superveelzijdig. Elke wijk voelt als een andere wereld en je leert veel mensen en culturen kennen.

Ik was al vastbesloten om naar Brussel te komen, geïnspireerd door mijn broer die hier ook studeerde. De overgang van een dorp naar de stad was groot, maar geeft me nu net energie.

Wat ik zo fijn vind aan Brussel is de spontaniteit. Ik ontdek nog elke dag iets nieuws. Als je op kot gaat in Brussel, zou ik zeggen: trek eropuit. Ga fietsen, lunch in de stad, verken nieuwe buurten. Het is écht de moeite om Brussel te leren kennen.

Student in Brussel interview Mohammed
  • Mohammed Boutaarourt

  • 24 jaar

  • Odisee, Accounting & Administration

  • Woont thuis in Sint-Pieters-Leeuw

Waarom studeer je in Brussel?

Ik woon in Sint-Pieters-Leeuw en neem de metro naar Brussel, dat is goed te doen.

We zijn met negen thuis, maar ik studeer toch het liefst gewoon daar. Mijn ouders zijn deze week op reis naar Marokko en samen met mijn zus zorg ik voor mijn broertjes en zusjes. Ik doe de boodschappen en zij kookt.

Waarom koos je voor deze richting?

Ik volgde eerst de richting Kantoor in het BSO, daarna nog een specialisatiejaar. Daar kreeg ik voor het eerst het vak boekhouden, en dat vond ik verrassend leuk. Ik was er meteen mee weg en dat motiveerde me om verder te studeren.

Ik koos bewust voor een graduaatsopleiding, omdat die geen vakken bevat zoals Frans of Engels. Net die vond ik altijd lastig. De opleiding telt 120 studiepunten en is veel praktischer dan een bachelor.

In het eerste jaar doe je al werkplekleren, ongeveer twee maanden lang. We moesten zelf een stageplek zoeken, maar dankzij een event van Odisee vond ik snel iets.

Hoe is je stage?

Ik loop stage bij Brik en leer elke dag iets bij: aankoopfacturen inboeken, bankafschriften verwerken, de facturatie van de huurders doorrekenen, doorboeken en afpunten. Het is fijn om te zien dat je de leerstof ook effectief kan toepassen.

Van maandag tot donderdag loop ik stage, op vrijdag hebben we een feedbacksessie voor onze eindproef. Op zondag maak ik meestal mijn opdrachten. Tijdens de week blijf ik thuis, in het weekend spreek ik af met vrienden of familie.

Wat doen jullie dan?

Voor een dessert gaan we graag naar Cappuccino aan Lemonnier, en voor eten zijn Andalussia (een visrestaurant in Laken), Omega en Royale Pizza aanraders. We voetballen ook vaak en dat doen we binnen in een zaal, en dat kost ongeveer € 5 per persoon.

Hoe ziet een typische lesdag eruit?

Ik volg de lessen, maar ik doe wel vaak alles op het laatste moment. Grote opdrachten begin ik iets vroeger, maar voorbereiden op de les doe ik bijna nooit. Ik studeer vooral met de PowerPointpresentaties en schrijf daar extra notities bij.

Als het om praktische oefeningen gaat, maak ik die opnieuw. Ik ben zeker gemotiveerd, al is een les van vier uur soms echt wel zwaar.

Werk je naast je studie?

In de zomervakantie werkte ik als jobstudent bij Action in Wemmel. Vorig jaar combineerde ik dat zelfs met mijn opleiding en stage. Omdat ik toen redelijk vroeg klaar was, werkte ik nog een paar uur in de avond.

Nu ik stage loop bij Brik is dat moeilijker, want de werkdagen zijn langer.

Wat zou je zeggen tegen studenten die twijfelen om in Brussel te komen studeren?

Ik raad het zeker aan. Je kan starten met een graduaat en daarna nog verder studeren in een bachelor als je dat wil.

Zelf begon ik eerst aan een bachelor en slaagde voor vakken zoals Boekhouden en Personenbelasting. Maar de talen waren echt moeilijk voor mij.

In het graduaat ligt de focus veel minder op Frans en Engels, en de aanpak is veel praktischer. Mijn eerste jaar verliep niet vlot, maar ik ben blij dat ik heb doorgezet. Nu gaat het goed en voel ik me zekerder.

Student in Brussel interview - Noa
  • Noa Pignoloni

  • 21 jaar

  • LUCA, Grafisch Ontwerp

  • Zit op kot

Zit je op kot? Hoe ervaar je dat?

Ik zit op kot aan IJzer, samen met zes andere studenten. We wonen daar met z’n zevenen en het voelt echt als een vriendengroep. Iedereen is er een beetje via via terechtgekomen, dus er was op voorhand altijd wel een kleine connectie. Intussen zijn we gewoon één grote groep van zeven meisjes, en dat is echt keileuk.

We eten meestal samen met wie er thuis is. Als ik iets ga doen in Brussel met vrienden, vraag ik hen bijna altijd mee. Ze zijn deel van mijn vriendengroep, dus we doen ook bijna elke avond wel iets samen. En als we niet uitgaan, dan kijken we gewoon iets gezelligs in iemands kamer.

Als je uitgaat, waar ga je naartoe?

Op kot zijn we fan van het concept ‘jeudredi’. Dat betekent dat we op donderdag doen alsof het al vrijdag is, zonder verplichtingen de dag erna. Meestal loopt dat uit op een stevige avond.

Als ik op café ga, is dat meestal in het centrum. We hebben daar onze vaste plekjes: Roskam, Les Brasseurs, Flamingo en Kafka. Flamingo ligt bij ons om de hoek. Daar gaan we naartoe op een rustige avond, als iedereen vroeg naar huis wil.

Wil ik echt uitgaan, dan vind ik feestjes in de Beursschouwburg fantastisch. Dat grote terras is echt de max, zeker als het lente wordt. Ik ga ook graag naar Recyclart en natuurlijk naar kotfeestjes – die zijn vaak het leukst, want je kent iedereen daar via via. Soms trekken we gewoon het centrum in om te zien of er ergens iets te dansen valt.

Wat vind je van de sfeer op je school?

Heel leuk! Het voelt echt als een familie. Je kent in elke richting wel iemand. Onze richting is wat minder bekend – de naam zegt niet meteen wat we doen. Als je fotografie studeert, weet iedereen meteen wat dat inhoudt, maar bij ons is dat minder duidelijk.

We zitten ook in de kelder. Het is niet dat mensen op onze richting neerkijken, maar soms krijg je wel de vraag: wie zijn jullie eigenlijk? Toch is de sfeer super. Als er een expo is van een richting, dan komen studenten van andere richtingen ook kijken. Iedereen is echt supportive.

Die expo’s vinden plaats op school en er is daarna altijd een drink. Het is gewoon heel fijn om te zien wat iedereen maakt. Je leert er ook makkelijk mensen kennen buiten je eigen richting.

Heb je al stage gedaan? Waar en hoe was dat?

Ik deed stage bij het communicatieteam van de KVS, de Koninklijke Vlaamse Schouwburg – eigenlijk het stadstheater van Brussel. Ik was hun eerste stagiair grafisch ontwerp ooit. Meestal hebben ze stagiairs uit de richting communicatiewetenschappen, dus mijn taken zagen er wat anders uit dan normaal.

In het begin vond ik het wel wennen. Elke dag van 9 tot 5 werken én tegelijk aan mijn bachelorproef werken, dat was niet evident. Het was ook even zoeken naar mijn plek in een team dat al sterk aan elkaar hing. Maar na twee weken zat ik er goed in. Iedereen was superlief.

Ik kreeg veel vrijheid in mijn werk. Ze vertrouwden me echt, maar gaven ook constructieve feedback. Na een tijdje wou ik er gewoon niet meer weg. Toen de stage bijna gedaan was, vond ik het jammer dat het erop zat. Maar dan vroegen ze me of ik als jobstudent wilde blijven. Intussen werk ik er nu twee dagen per week.

Mijn stage was vier dagen per week, op vrijdag had ik een hele dag atelier voor mijn bachelorproef. Nu combineer ik mijn werk met de rest van mijn opleiding.

Wat zou je zeggen aan mensen die aan het twijfelen zijn om in Brussel te komen studeren?

Zeker naar Brussel komen! Deze stad laat je echt openbloeien. Je wereldbeeld verruimt, gewoon door de enorme diversiteit hier.

Mensen zeggen soms dat Brussel gevaarlijk is, maar ik voel me veilig. Je leert hoe je met situaties omgaat, je begrijpt beter wat je ziet op straat en je verschiet niet meer van alles. Je wordt er toleranter door.

Brussel bruist. Je leert zó veel mensen kennen. Niet twijfelen dus – Brussel is de moeite! Brussel, I love you.

Veel mensen zeggen dat ik het ‘Brussel-syndroom’ heb. Dat is als je van een andere stad komt, hier komt studeren en daarna nooit meer weg wil. En eerlijk? Ik wil hier ook gewoon blijven.

Student in Brussel interview - Mathew
  • Mathew Wong

  • 26 jaar

  • Internationale student uit Nederland (Amsterdam)

  • KU Leuven, Business Administration

  • Op kot in Brussel

Zit je op kot in Brussel?

Ik woonde vroeger op een Brik-kot in de Vlaamsesteenweg en dat was echt een topervaring. Iedereen was superlief, onze vragen werden altijd beantwoord en als er iets misliep, werd het snel opgelost. Ik heb er ook vrienden voor het leven gemaakt. Het was net na de coronaperiode, dus we konden eindelijk opnieuw socializen en dat gebeurde dus ook! We leefden echt samen als een kleine familie. Elke dag kwamen we samen in het tuintje: wat babbelen, studeren, koken, boodschappen doen… Altijd dat ene moment samen op het einde van de dag. Daar genoot ik zo van.

Ondertussen woon ik op een ander kot, nog altijd in de Dansaertwijk. Niet omdat ik mijn vorige plek beu was, maar omdat het tijd was voor een nieuwe stap, richting het ‘volwassen leven’. Dansaert is mijn favoriete buurt in Brussel: gezellig, centraal, Nederlandstalig… Het doet me zelfs een beetje denken aan Amsterdam, dus voor mij voelt het als een taste of home.

Hoe ga je naar school?

Mijn kot ligt op amper een kwartiertje wandelen van de campus, dus ik ga bijna altijd te voet naar school. Als ik ’s ochtends wat extra tijd heb, passeer ik langs de Grote Markt, nog altijd een van de meest indrukwekkende plekken in Brussel. Echt het mooiste plein van Europa, als je het mij vraagt. Ik heb hier wel een fiets staan, maar die gebruik ik zelden. Ik doe bijna alles te voet of met de tram of metro.

Waar ga je graag iets drinken?

Ja, de Dansaertbuurt komt weer aan bod. Ik ben duidelijk fan, maar ik zit hier dan ook gewoon echt graag. Mijn favoriete plekken? Café Lava, het typische Au Bassin, Au Laboureur en Chez Lutgarde. Niet per se speciaal of hip, maar wel plekken waar ik graag kom.

Waar ga je uit in Brussel?

Ik ben echt fan van open airs, dat is helemaal mijn ding. Ik heb een Circle Park-pas gekocht, dus in het weekend kan je me daar vaak terugvinden. Ook de open airs van Hangar en de hele techno scene spreken me enorm aan. Ik heb zelfs een lijstje van artiesten die ik graag live wil zien. Soms ga ik daarvoor speciaal terug naar Amsterdam.

Wat ik zo fijn vind aan Brussel, is dat de feestjes hier veel goedkoper zijn. Voor tien à twintig euro naar een open air kunnen? Zalig. In Amsterdam is dat echt ondenkbaar.

Als jongere student ging ik ook altijd naar Brussel Brost. Dat vond ik echt een topfeest, zeker als je net nieuwe vrienden hebt leren kennen. Echt een aanrader.

Zijn er bepaalde Brusselse trekjes die je zijn opgevallen?

De biercultuur hier in Brussel is echt iets apart. Ik heb het gevoel dat iedereen bier drinkt, iedereen wel een favoriet heeft en sommigen maken er zelfs een stukje van hun persoonlijkheid van. Zo van: ‘Ik ben een Tripel Karmeliet-drinker’. Wat me ook opviel: mensen drinken hun bier hier altijd uit een glas. In Amsterdam doe je gewoon een flesje Heineken open en drink je uit de fles, maar hier wordt dat echt mooi in een glas geschonken. De echte fans gebruiken zelfs altijd het juiste glas. Ik vind dat wel iets leuks, het geeft er iets chiques aan.

Zou je zeggen dat je je thuis voelt in Brussel?

In het begin had ik het best moeilijk. Er was toch een soort cultuurschok. Ik merkte dat er wel degelijk een verschil is tussen de twee taalgroepen. Het voelde soms alsof je een kant moest kiezen. Nederlandstalige studenten hangen vaak rond in bepaalde buurten of cafés, en bij Franstalige studenten is dat net zo.

Wat me ook opviel: het stadsgevoel is hier anders dan in Amsterdam. Daar zijn mensen echt trots op hun stad. Ze hebben een vlag van Amsterdam thuis en het is vaak het eerste wat ze zeggen als je hen ontmoet. In Brussel voelde dat minder zo.

Maar dat veranderde met de tijd. Hoe meer mensen ik leerde kennen, hoe meer ik me hier thuis begon te voelen. Wat ik mooi vind aan Brussel is dat mensen zich veel meer mengen in hun manier van denken. Je leert hier echt verschillende types kennen, met andere interesses, en niemand kijkt vreemd op van hoe je je kleedt of waar je rondhangt. Je kan echt helemaal jezelf zijn, en toch mensen vinden met wie je klikt.